Teken komen voor op plaatsen waar het vochtig is, bijvoorbeeld in bos- en duingebieden. Ze zitten bijna altijd in bomen, struiken en hoge grassen.
Maar let op! Teken voelen zich ook thuis in parken en zelfs kleine stadstuintjes. Als een mens of dier passeert, laat de teek zich vallen en bijt zich vast in de huid van het slachtoffer. Eenmaal volgezogen met bloed maakt een teek zich los van de huid en laat zich op de grond vallen.
Teken gaan graag op plaatsen zitten waar de huid zacht, vochtig en warm is. U treft ze dan ook voornamelijk aan achter oren, in de nek, in haren, in de liezen, tussen tenen en vingers of in knieholtes.
In principe kunt u overal een tekenbeet oplopen. Echter de volgende gebieden zijn in Nederland extra riskant:
- Flevopolder
- Het Gooi
- De regio Arnhem-Apeldoorn
- Zeeland
- Noorden van Limburg
- Groningen